zweefvliegen


Nederlands!! Tuin, planten:    Dieren, insecten in de tuin: Nederlandse duinen, landen:
tuin
lente
lente'07
zomer
zomerbloeiers
onkruid
herfst
winter
kamerplanten
euphorbia
links      links2
home
dieren/links
spinnen
vlinders
libellen
vliegen
zweefvliegen/1
zweefvliegen/2
wespen/bijen
kevers
wantsen
Insecten overig
 
duinen
AustraliŽ
Engeland1      2 
Frankrijk1      2 
Ierland
ItaliŽ
Schotland
Spanje
TsjechiŽ
KroatiŽ
 
 

To the English website / Naar de Engelse websiteEngels / English

Subpagina vliegen:    Sluipvliegen (Tachinidae)  Vleesvliegen (Calliphoridae)  Echte Vliegen, Huisvliegen (Muscidae)   Wapenvliegen (Stratiomyidae)    Bloemvliegen (Anthomyiidae)  Kleine vliegen   Muggen                              

                                    Zweefvliegen, Syrphidae   

Zweefvliegen. (Syrphidae) Zweefvliegen bootsen wespen, bijen  of  hommels na, terwijl ze volkomen weerloos zijn. Ze hebben de zelfde felle kleuren en soms de beharing van hommels. Ze hebben echter korte antennes.
Ze hebben twee vleugels i.p.v. de vier, die hommels wespen en bijen hebben.  Ze zijn daardoor heel wendbaar en kunnen ook stil in de lucht hangen. Daar hebben ze ook hun naam aan te danken. De achtervleugels zijn net als bij andere vliegen gereduceerd tot haltertjes.
Het verschil met andere vliegen kun je zien door een ader (vera spuria), die een eindje van de basis begint en voor de rand van de vleugel eindigt.
Cel 2 is gesloten. De gesloten cel 4 is langer of gelijk aan eenderde van de vleugellengte.

De Antenneborstel is steeds zijdelings op het derde antennelid ingeplant (en niet op het einde van de top).
Op het borststuk staan geen lange, dikke haren (borstels).

Vleugel van een Variabel Elfje (Meliscaeva auricollis)        Antenne van een Stadsreus (Volucella zonaria)
Vleugel van een Variabel Elfje (Meliscaeva auricollis).                                      Antenne van een Stadsreus (Volucella zonaria).

   Vleugel:
   1, 2, 3, 4: vleugelcellen (gesloten)
   a: vena spuria of valse ader
   b: stigma of vleugelvlekje
   c: dwarsader
   d: randader

   Antenne:
   1: Derde antennelid (de andere twee zijn op deze foto niet te zien.
   2: Antenneborstel

Bij veel soorten (niet alle) staan de ogen van het vrouwtje op de kop een stukje uit elkaar, terwijl ze bij de mannetjes tegen elkaar aan staan.
Alle mannetjes hebben  een asymmetrische knobbel op hun achterlijfspunt, terwijl de vrouwtjes een spitse symmetrische achterlijfspunt hebben. 


Uitzonderingen:
Geen vena spuria: Eristalinus sepulchralis en Psilota anthracina.
Antenneborstel op het einde: Geslachten Callicera en Ceriana
Toch borstels: Geslacht Ferdinandea. Minder opvallend bij de geslachten Volucella, Cheilosia, Brachyopa en Chamaesyrphus.

(Informatie uit: Zweefvliegtabel van Aat Barendregt)

Op deze pagina staan de zweefvliegen, die het meest op bijen en hommels lijken. Sommige soorten op deze pagina lijken misschien toch meer op wespen. (zoals enkele bandzwevers) De donkere soorten staan hier ook. De andere zweefvliegen, die meer op wespen lijken staan op zweefvliegen 2 Het is dus niet steeds even duidelijk. Want ik wil de groepen bij elkaar houden. Alles op ťťn pagina is te veel.

De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis) De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis) van Eristalis is te vinden in vijvers, sloten of tijdelijke poeltjes. Ademhaling gebeurt door een adembuis, waardoor ze in vervuild water kunnen leven.
Voedsel: Rottend organisch materiaal. In het voorjaar kruipt de larve op het droge om daar te verpoppen.

De rattenstaartlarve De rattenstaartlarve Ik heb er nog een uit de vijver gevist. 3-4-2010.

De rattenstaartlarve  (vanwege de lange en dunne telescopische adembuis)


Bijvliegen, Eristalis.
Deze zweefvliegen worden vaak verward met honingbijen en soms (Eristalis intricaria) met hommels.  De larve is een rattenstaartlarve. Zie boven.

Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax). vrouw Genus Eristalis.

Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax). man Genus Eristalis.

Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax). vrouw Genus Eristalis. Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax)  Genus Eristalis

De kegelbijvlieg lijkt op de blinde bij maar mist de rijen haren op de ogen. Verder zijn de tarsen (onderste deel van een poot) geel. Het achterlijf van mannetjes is kegelvormig.
Eristalis leeft van nectar en stuifmeel.
Lengte 11 - 15 mm.
Januari - december.
Foto's maart april 2012.
 
Palearctisch. 

 Blinde Bij (Eristalis tenax). Genus Eristalis.

Blinde Bij (Eristalis tenax). Genus Eristalis.

Blinde Bij (Eristalis tenax). Genus Eristalis.

Blinde Bij (Eristalis tenax). Genus Eristalis. Blinde Bij (Eristalis tenax). Genus Eristalis.

Blinde bij, omdat het geen echte bij is, maar dat geldt natuurlijk ook voor de andere soorten. De blinde bij heeft twee verticale strepen op de ogen (eigenlijk haarbanden). Als hij vliegt laat hij de achterpoten naar beneden hangen. De volwassen vrouwtjes overwinteren.
Het achterlijf is breed en glimmend. De kleur is variabel van bijna helemaal oranje tot donker.
Lengte: 14 - 16 mm.  
Januari - december. 
Kosmopolitisch. In oorsprong Palearctisch. Foto's 12-6-2012, 5-7-2012, 26-7-2012.

Blinde Bij (Eristalis tenax). Genus Eristalis. Foto 15-1-2012. Op een zonnig plekje midden in de winter.

 

Onvoorspelbare bijvlieg (Eristalis similis = Eristalis pratorum). Genus Eristalis.

 

Onvoorspelbare bijvlieg (Eristalis similis = Eristalis pratorum). Genus Eristalis. Onvoorspelbare bijvlieg (Eristalis similis, synoniem Eristalis pratorum). Genus Eristalis.

Hij lijkt op de kegelbijvlieg en de blinde bij. 
Maar hij heeft donkere tarsen en geen twee verticale strepen op de ogen. De pterostigma is langwerpig en bij de vrouwtjes lichtgekleurd. Het achterlijf van vrouwtjes is kegelvormig.
De aantallen zijn heel wisselend. In de omgeving, waar ik woon, komen ze niet veel voor.

Lengte 13 - 16 mm. 
Maart - september.
Palearctisch.

 

Bosbijvlieg (Eristalis horticola). Genus Eristalis.

Bosbijvlieg (Eristalis horticola). Genus Eristalis.

Bosbijvlieg (Eristalis horticola). Genus Eristalis. Bosbijvlieg (Eristalis horticola). Genus Eristalis.

Hij lijkt op de Puntbijvlieg maar die heeft heldere vleugels.
De duidelijke gele ringen op het achterlijf, de dooiergele vlekken en het donkere bandje op de vleugels  zijn kenmerken van de bosbijvlieg.

Lengte 10 - 14 mm. 
April - oktober

Hij wordt vooral in de buurt van bossen gevonden.
Palearctisch.

Foto's 28-8-2010, 20-4-2011.

 

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). vrouw Genus Eristalis.

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). vrouw Genus Eristalis.

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). vrouw Genus Eristalis.

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). man Genus Eristalis.

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). Genus Eristalis.

Hij lijkt op een Kustbijvlieg (Eristalis abusiva).  
Het gezicht is geheel wit behaard. Soms is er in het gezicht nog een smalle zwarte middenstreep. De Kleine Bijvlieg heeft een  lang behaarde antenneborstel. De Kustbijvlieg heeft vrijwel kale antenneborstel. Daarnaast is bij de Kleine Bijvlieg de top van de middenscheen over een kwart diepzwart, bij de Kustbijvlieg is dat minder dan een vijfde en niet zo zwart. 
Bij de mannetjes is er nog een verschil. Bij mannetje kleine bijvlieg raken de ogen elkaar over enige afstand. Bij de kustbijvlieg raken de ogen elkaar net niet.
Lengte 9-11mm. Maart - oktober. Palearctisch.

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). man Genus Eristalis. Foto's 10-8-2012. 

Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). man Genus Eristalis. Detail. Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). vrouw Genus Eristalis. Detail. Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). (Grote foto) Genus Eristalis.

Details.
Linker foto: man. De ogen raken elkaar en ťťn van de lang behaarde antenneborstels is te zien. Die zie je ook bij de rechter foto van het vrouwtje. Het lukt lang niet altijd om het afgebeeld te krijgen. (Om het goed te kunnen zien moet je de foto's vergroten door ze aan te klikken)
Ik heb helaas nog geen duidelijke foto's van de kustbijvlieg.
Puntbijvlieg (Eristalis nemorum, synoniem.Eristalis interrupta).†Genus Eristalis.

Puntbijvlieg (Eristalis nemorum, synoniem.Eristalis interrupta).†Genus Eristalis.

Puntbijvlieg (Eristalis nemorum, synoniem.Eristalis interrupta).†Genus Eristalis.

Puntbijvlieg (Eristalis nemorum, synoniem.Eristalis interrupta).†Genus Eristalis. Puntbijvlieg (Eristalis nemorum, synoniem.Eristalis interrupta). Genus Eristalis.

Bij de Puntbijvlieg hangt het mannetje vaak boven het vrouwtje.
De puntbijvlieg heeft een kale zwarte middenstreep op het gezicht. Hij heeft een zeer kleine pterostigma in de vleugel dat vierkant of zelfs breder dan lang is. De vleugels zijn helder. De gele zijvlekken kunnen bij het vrouwtje ontbreken. De Puntbijvlieg lijkt veel op de Kleine Bijvlieg.
Soms vergist het mannetje zich en hangt hij even boven een verkeerde soort. Soms hangen ze met een hele groep boven een vrouwtje zoals op twee linker foto's.

Lengte: 10 - 12 mm.
April - oktober.

Holarctisch.

Foto's 14-8-2012, 16-8-2012.

Bandzwevers, Epistrophe.

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans). Genus Epistrophe.

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans). Genus Epistrophe.

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans). Genus Epistrophe.

Enkele bandzwever (Epistrophe eligans). Genus Epistrophe. Enkele bandzwever (Epistrophe eligans). Genus Epistrophe.

Het is een voorjaarszweefvlieg. 
De eerste gele band (soms gescheiden) is breder dan de volgende gele band (kan ook onderbroken zijn) Soms is er ook een derde band. Een koperkleurig borststuk.
Ze komen voor bij bosranden en struwelen. 
Bij mij zit hij graag te zonnen op de bladeren van de bruidsbloem (Deutzia).
Het verschil in banden is op de foto's goed te zien. Ze vallen mij op door de prachtige glans.
Lengte: 9 - 11 mm. April - juni.
De larven eten bladluizen.
Enkele bandzwever (Epistrophe eligans). Genus Epistrophe. Vooraanzicht  
vooraanzicht.      

Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. vrouw

Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. vrouw

Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. vrouw

Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. vrouw Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe.

Een grotere soort dan de enkele bandzwever. De brede banden zijn geel oranje. Het borststuk is wat doffer. Maar verder is het ook zo'n prachtig glanzende vlieg. 
Bij het mannetje zijn de banden met een golfje aan de onderkant. Zie de laatste foto's.
Hij is minder algemeen.
In april 2009 voor het eerst gezien in de tuin.
Lengte: 11 - 13 mm. April - juni.
De larven eten bladluizen.

Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. man  Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. man  Brede bandzwever (Epistrophe flava). Genus Epistrophe. man

Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma) Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma) Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma). Genus Epistrophe.   

Zwartbekbandzwever
(Epistrophe melanostoma) lijkt op de Brede bandzwever (Epistrophe flava). Uitleg Han Endt: Thijs, bij deze eerdere waarneming van jou zie je ook mooi de vage lichte strepen voor op het borststuk. Ook is de vorm van de dubbele vlekken op het tweede tergiet anders.  Hierbij bedoelde hij de foto's van het vrouwtje brede bandzwever. 
Lengte: 10 - 12 mm.
April - juni.
De larven eten bladluizen.
Foto links: vrouwtje, 14-5-2010.
Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma). Genus Epistrophe.   
 Zwartbekbandzwever (Epistrophe melanostoma). Genus Epistrophe.    Foto 1-5-2010. Dit mannetje lijkt op de Brede bandzwever (Epistrophe flava) In Nederland is hij veel algemener.
Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae). Genus: Epistrophe.  man

Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae). Genus: Epistrophe.  man

Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae). Genus: Epistrophe.  man

Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae). Genus: Epistrophe. 

De enige soort in het noorden van Nederland met zwarte antennen. Het voorhoofd vlak boven de antennen is zwart. De dijen zijn aan het begin donker. 
Het borststuk is dof. Vergelijk maar eens met dat van de E. eligans.
Lengte: 10 - 13 mm.
Mei - september.
De larven eten bladluizen.  
Verspreiding: Europa, Noord-Amerika.  

Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae). Genus: Epistrophe.† vrouw  Zwartspriet bandzweefvlieg (Epistrophe grossulariae). Genus: Epistrophe.† vrouw vrouw.

Zwarthaar-bandzweefvlieg (Epistrophe nitidicollis). Man. Genus: Epistrophe.†

 

Zwarthaar-bandzweefvlieg (Epistrophe nitidicollis). Man. Genus: Epistrophe.†

Zwarthaar-bandzweefvlieg (Epistrophe nitidicollis). Genus: Epistrophe. 

Een zweefvlieg met gele antennes en een heel glimmend borststuk. Op het schildje zitten zwarte haren. (verschil met de andere soorten).
Lengte 9 - 12 mm.
April - juli. Eťn generatie.
Holarctisch. 

Foto's 22-6-2013, 30-6-2013.

Zwarthaar-bandzweefvlieg (Epistrophe nitidicollis). Vrouw. Genus: Epistrophe. 
Zwarthaar-bandzweefvlieg (Epistrophe nitidicollis). Vrouw. Genus: Epistrophe. 

Enkele bandzweefvliegen (Epistrophe) lijken op de bandzweefvliegen (Syrphus) die op zweefvliegen pagina 2 staan.

Vlekogen, Eristalinus.

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus 

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus 

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus  

Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus  Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis). Genus Eristalinus.

De ogen vallen op bij deze vlieg. Ze zijn geel wit met donkere vlekjes. In het midden is het achterlijf dof. Verder is het glimmend. De vleugel mist de valse ader (vena spuria).
De achterpoten zijn gekromd.
Het is een algemene vlieg. Hij heeft een voorkeur voor vochtige gebieden.
De larve leeft in ondiep stilstaand water met rottende organische stoffen. Hij overwintert als larve.
In Nederland zijn er twee soorten. Daar buiten zijn er veel meer. Palearctisch, OriŽntaals.
Lengte: 9 - 11 mm. April - september.
Weidevlekoog (Eristalinus sepulchralis) Genus Eristalinus   Hier bovenop de cactus schoonmoedersstoel (Echinocactus grusonii).

Kustvlekoog (Eristalinus aeneus). Genus Eristalinus. Man

Kustvlekoog (Eristalinus aeneus). Genus Eristalinus. Man

Kustvlekoog (Eristalinus aeneus). Genus Eristalinus. Man

Kustvlekoog (Eristalinus aeneus). Genus Eristalinus. Man

Kustvlekoog (Eristalinus aeneus). Genus Eristalinus. Niet in de tuin maar in de duinen ongeveer 4 km van mijn huis.

De ogen zijn geel wit met donkere vlekjes. De kustvlekoog is geheel glimmend en mist de duidelijke lengtestrepen van de weidevlekoog op het borststuk. De vleugel heeft een onduidelijke valse ader (vena spuria). De achterpoten zijn nauwelijks gekromd.
In open gebieden met een zilte invloed, zoals hier in de duinen bij een meertje. Ze zijn in Nederland vooral langs de kust te vinden.
De larve leeft in ondiep stilstaand of zwakstromend water van de bacteriŽn tussen rottend organische stoffen. Ze kunnen heel goed tegen zout. In andere landen worden de larven ook wel in zoet water gevonden.
Lengte: 10 - 12 mm. April - oktober. De volwassen vlieg overwintert. Kosmopolitisch. (In Amerika geÔntroduceerd) 

Kustvlekoog (Eristalinus aeneus). Genus Eristalinus. Vrouw Vrouw. Foto's 3-5-2013.


Kopermantels, Ferdinandea.

 

Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae

Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae

  

Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea) Genus: Ferdinandae Gewone Kopermantel (Ferdinandea cuprea). Genus: Ferdinandae.

Kopermantel vanwege het koperkleurige achterlijf. De vleugels hebben twee duidelijke vlekken. Op het zwarte borststuk lopen witte strepen. Aan de zijkant van het borststuk zitten borstels. Dat zie je niet vaak bij zweefvliegen.
De larve leeft in sapstromen en boomwonden van loofbomen als berk, eik, wilg. Maar de larve kan ook in andere situaties voorkomen. Als rottende eikenwortels, rottende boomholten en in Frankrijk zelfs in de wortels van artisjok.
De larve overwintert.
Palearctisch
Lengte 7 - 13 mm
April - september.    

Doodskopzweefvliegen / Doodshoofdzweefvlieg, Myathropa.

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea). Genus: Myathropa.

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea). Genus: Myathropa.

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea). Genus: Myathropa. 

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea). Genus: Myathropa.

Doodskopzweefvlieg / Doodshoofdzweefvlieg (Myathropa florea). Genus: Myathropa.

Hij lijkt op een honingbij.
Met enige fantasie herken je in de donkere tekening op de borststukrug een doodskop.
Het is een stevige, grote zweefvlieg. 
Lengte: 10-14 mm. 
April - oktober. Palearctisch.
De larve leeft in rottend hout en rottende bladeren, met water gevulde takoksels, mest enz.

 

Didea.

Bosdidea (Didea fasciata). Genus: Didea.

Bosdidea (Didea fasciata). Genus: Didea. 

Bosdidea (Didea fasciata) Genus: Didea Bosdidea (Didea fasciata). Genus: Didea.

Een vrij brede zweefvlieg. Daarom vind ik hem toch wat meer op een bij dan op een wesp lijken.
De twee bovenste vlekken staan schuin. Het gezicht is geel.
Het knopje van het haltertje is geel. 
Ze komen voor in gemengde bossen. 
Lengte 10 -13 mm
April - oktober
De larven eten bladluizen.

Onder: Bij deze bosdidea zijn de vlekken aan de onderkant minder gebogen.
Bosdidea (Didea fasciata). Genus: Didea.  Bosdidea (Didea fasciata). Genus: Didea.          Larve didea spec. Larve didea spec. 9-10-2015.

Melkzweefvliegen, Leucozona.

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg† (Leucozona glaucia)

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg† (Leucozona glaucia)

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg (Leucozona glaucia) Genus: Leucozona Niet in de tuin, maar in het Lake District in Engeland!!! (2009) In Nederland komt hij in Zuid-Limburg voor. Ook op andere plaatsen is hij gevonden, maar hij wordt steeds zeldzamer.

Doorzichtig-gele Melkzweefvlieg (Leucozona glaucia). Genus: Leucozona.

Meestal zie je ze net als hier op witte schermbloemen, waar ze steeds heen en weer lopen. Daardoor waren ze lastig te fotograferen. De eitjes worden daar ook gelegd.
Kenmerken: Brede witte vlekken op rugplaatje 2, daarna 2 smalle. Een opvallend geel schildje.
Ze komen vooral voor langs bosranden bij loofbossen.. 
Lengte 11 -13 mm. Juni - september.    De larven eten bladluizen.

 

Hommelachtige vliegen.

Woudzwevers, Criorhina.

Kleine woudzwever (Criorhina berberina). Genus: Criorhina.

 

Kleine woudzwever (Criorhina berberina). Genus: Criorhina.

Kleine woudzwever (Criorhina berberina). Genus: Criorhina.

Een breedgebouwde zweefvlieg met een geel behaard borststuk. Er zijn verschillende kleurvormen. De vlieg op deze foto heeft een zwart behaard achterlijf met een witte punt. Variatie oxyaccanthae heeft een geheel geel behaard achterlijf.
Hij komt vooral voor bossen en struwelen. De larven leven in rottend hout.
Hij leeft van nectar en stuifmeel.
Lengte: 8 - 13 mm.
April - augustus. Europa, tot in Oost-Turkije.

Foto's 26-5-2016.

Bijvliegen, Eristalis.

Hommelbijvlieg vrouw (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Hommelbijvlieg vrouw (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Hommelbijvlieg vrouw (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis

Hommelbijvlieg (Eristalis intricaria). Genus: Eristalis.

Het is een Eristalis, maar hij lijkt meer op een een hommel. De poten zijn zwart  met witte stukken (knie, tars). Het schildje is lichter. De mannetjes zijn meestal rossig behaard. De vrouwtjes zijn voornamelijk zwart met een witte achterlijfspunt.
De larve is wel weer een rattenstaartlarve. 

Lengte: 11-14 mm
Maart - september. Palearctisch.

Hommelbijvlieg man (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis Hommelbijvlieg man (Eristalis intricaria) Genus: Eristalis Hommelbijvlieg man (Eristalis intricaria)

Narcisvliegen, Merodon.

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris). Genus: Merodon.

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris). Genus: Merodon.

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris). Genus: Merodon.

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris). Genus: Merodon.

Als je niet goed kijkt verwar je hem met een hommel.  De beharing kent veel kleurvariaties. Hij heeft zwarte krachtige poten. Vergelijkbare soorten: Volucella bombylans (geen U-vormige bocht in de aderen) en Eristalis intricaria (poten zijn gedeeltelijk licht).
Lengte: 12 - 14 mm. April - juli.
De eitjes worden gelegd aan de basis van de bladeren van bolplanten als hyacinten en narcissen. De larven volgen de bladeren naar beneden naar de bol. In de bol worden tunnels gegraven.

Grote Narcisvlieg (Merodon equestris). Genus: Merodon.  Grote Narcisvlieg (Merodon equestris). Genus: Merodon. In Nederland zijn er zes kleurvariaties. Bij zowel de mannetjes als vrouwtjes: bulborum, equestris, flavicans, transversalis. Alleen  bij vrouwtjes: nobilis en validus.

Reuzen, Volucella.

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg (Volucella pellucens). Genus: Volucella.

Witte reus of Ivoorzweefvlieg  (Volucella pellucens) Genus: Volucella

Witte reus of Ivoorzweefvlieg (Volucella pellucens). Genus: Volucella.

Het is een grote breedgebouwde zweefvlieg. Ik vind hem minder op een hommel lijken dan bijvoorbeeld een grote narcisvlieg. Je herkent hem aan het achterlijf met een witte band en een zwarte achterkant. Het borststuk is zwart met zwarte haren.
Hij komt vooral voor in en in de buurt van bossen.
Hij leeft van nectar en stuifmeel.
Lengte: 12 - 18 mm.
Mei - september.

De vrouwtjes leggen hun eitjes in de nesten van plooivleugelwespen. De larven leven onder in het wespennest. Ze eten afval en dode wespenlarven.

Foto's 25-6-2010, 10-7-2012.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria). Genus: Volucella.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria). Genus: Volucella.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria). Genus: Volucella.

Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria). Genus: Volucella. Stadsreus of Hoornaarzweefvlieg (Volucella zonaria). Genus: Volucella.

De hoornaarzweefvlieg heb ik niet in grote aantallen gezien. Maar als er een in je tuin is, valt hij wel op. Hij is groter dan de andere zweefvliegen. De dwarsbanden zijn roodgeel. De borststukrug is glimmend rood- en donkerbruin. Buikplaatje 2 is zwart.
Het is een zomergast. Een trek-zweefvlieg. Hoewel hij zich hier ook schijnt voort te planten. 
De larven groeien (net als de larven van de V. pellucens) op in een wespennest, waar ze van o.a dode wespenlarven leven.  
De vlieg eet een nectar en stuifmeel.
Lengte: 18 - 22 mm. Juni - oktober. Parlearctisch.

                     

Een familielid is de
wespreus (Volucella inanis). In Nederland komt hij alleen in Limburg voor en is heel zeldzaam.  De bovenste vlekken zijn geler. De borststukrug is dof bruinzwart. Buikplaatje 2 geel.

Andere zweefvliegen.

Snuitvliegen, Rhigia.

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris). Genus: Rhingia.

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris). Genus: Rhingia.

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris). Genus: Rhingia.

Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris) Genus: Rhingia Gewone Snuitvlieg (Rhingia campestris). Genus: Rhingia.

De Snuitvlieg herken je niet direct als een zweefvlieg. Hij is te herkennen door de lange rechte snuit. De donkere thorax is grijs bestoven, roodbruin achterlichaam. Hij lijkt op de in Nederland zeldzame rode snuitvlieg (Rhingia rostrata) (alleen in het zuiden). Die heeft geheel oranje poten. Nog zeldzamer in Nederland is de Korte snuitvlieg (Rhingia borealis).
De larven leven in mest. Vooral koeien mest. Die zijn niet in de buurt van mijn tuin. Toch zie ik ze regelmatig in de tuin.

Lengte: 7 tot 11 mm.
April - oktober.

Foto's 25-4-2011, 17-10-2011, 30-8-2012, 4-9-2012.

Sapzweefvliegen, Brachyopa.

Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris)

Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris)

Loofhoutsapzweefvlieg  (Brachyopa scutellaris) Loofhoutsapzweefvlieg (Brachyopa scutellaris). Genus: Brachyopa.

Ook deze vlieg herken je niet snel als zweefvlieg. Dit komt vooral door het dofgrijze borststuk. Het achterlijf, schildje en ogen zijn opvallend oranjerood.  Het is de enige zweefvlieg van het genus Brachyopa met roodbruine schouderknobbels.

Vroeger vooral in het duingebied. Nu ook in het binnenland en zuid Limburg.

De larven van dit genus leven in rottend sap in en op de boombast. Vaak zie de vliegen daar ook in de buurt. De loofhoutsapzweefvlieg zie je ook bij bloemen.

Lengte: 6 tot 8 mm.
April - juni.
Europa

Gitjes, Cheilosia.

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Wollig Gitje (Cheilosia illustrata). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Een gitje met meer haren dan de meeste andere.
Op de vleugels een donkere vlek. De ogen zijn behaard. Het achterlijf is behaard met rode haren op het eind. Bij de schouder en achter het schildje zitten lange witte haren.
Het is nu een algemene vlieg in Nederland. Voor 1990 kwam hij vooral in Zuid-Limburg voor.
Je vindt hem voor op schermbloemige als Berenklauw, pastinaak. 
Larven worden gevonden in de wortels van deze planten.

Lengte: 9 -11 mm.
Mei - augustus.
Foto's 3-7-2010, 9-7-2012.
   

    

 

Tweekleurig gitje (Cheilosia albipila) Genus: Gitjes (Cheilosia)

 

 

Tweekleurig gitje (Cheilosia albipila) Genus: Gitjes (Cheilosia) Tweekleurig gitje (Cheilosia albipila). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Opvallend door de korte vosrode beharing. Hij lijkt daardoor op een roodbehaarde zandbij.  De grondkleur van het borststuk is glanzend zwart. Het achterlijf is minder glanzend. De antennes zijn oranje. 
De ogen zijn lang behaard. Bij het mannetje zijn die haren donker. Bij het vrouwtje zijn ze licht. Het gezicht is onbehaard.
Vroegbloeiende struiken als wilg en sleedoorn.
De eieren worden op verschillende distelsoorten afgezet.  De larve is in de wortel of in de stengel te vinden.

Lengte: 8 - 12 mm.
Maart - mei.  Palearctisch.

Foto: 6-4-2011

  

 

Wilgengitje (Cheilosia grossa). Genus: Gitjes (Cheilosia). Wilgengitje (Cheilosia grossa). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Niet zo'n duidelijke foto helaas, want de foto is van grote afstand genomen. Daarna was hij verdwenen. Dit is het eerste en ook het laatste wilgengitje, dat ik in de tuin heb gezien.
Een groot, rood behaard, glanzend gitje. 
De larven leven in verschillende distelsoorten. Ze zitten vooral in de wortelstok, maar ook wel hoger. De eitjes worden gelegd in de rozetten van distels. De larven verpoppen in de grond naast de distels.
Het Wilgengitje vind je vooral in de buurt van wilgen. Ik heb in de tuin geen wilgen en op dit moment ook geen distels. Ik was dus verbaasd het wilgengitje hier te zien.
Lengte: 11 - 12 mm.
Maart - juni. Eťn generatie. Palearctisch.

Foto 21-03-2012.

Tuingitje†( Cheilosia caerulescens)
 
Tuingitje†( Cheilosia caerulescens)
 
Tuingitje†( Cheilosia caerulescens)
Tuingitje†( Cheilosia caerulescens) Tuingitje ( Cheilosia caerulescens). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Een zwart achterlijf met zilveren haarbandjes. Vleugel met een verdonkerde dwarsaders. Geen haren op de ogen. Poten voor een deel donker en voor een deel geel. Een vooruitstekend gezicht.

Hij kwam vooral voor in de bergen in Europa. In Nederland is de eerste waarneming in 1986 in Limburg op de st. Pietersberg geweest. Vanaf 1998 kwamen er ook waarnemingen uit andere delen van Nederland. 
De voedselplant van de larve is huislook. Misschien is het tuingitje door de verkoop van deze tuinplant verspreid. Maar dat is niet zeker. 
De poppen overwinteren.

Lengte 7 - 11 cm.
Mei - september.

Bosgitje (Cheilosia variabilis). Genus: Gitjes (Cheilosia). man

Bosgitje (Cheilosia variabilis). Genus: Gitjes (Cheilosia). man

Bosgitje (Cheilosia variabilis). Genus: Gitjes (Cheilosia). man

Bosgitje (Cheilosia variabilis).†Genus: Gitjes (Cheilosia). man Bosgitje (Cheilosia variabilis). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Een algemene soort op de zandgronden Hij is te vinden op zonnige plekjes langs het bos. Bij mij hier op een struik.
Een groot gitje met zwarte poten en antennen.
De larven leven in helmkruid.
Lengte: 9 -12 mm.
April - augustus.
Foto's 22-4-2008, 18-5-2009, 5-5-2010, 13-4-2012.

Bosgitje (Cheilosia variabilis). Genus: Gitjes (Cheilosia). man
vooraanzicht mannetje  Bosgitje (Cheilosia variabilis). Genus: Gitjes (Cheilosia). vrouw  vrouwtje

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia)

Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata) Genus: Gitjes (Cheilosia) Vetplantgitje (Cheilosia semifasciata). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Ik dacht eerst  dat het een gewoon vliegje was.Maar aan de manier van vliegen is hij wel als zweefvlieg te herkennen.
Hij heeft wat grijzige vlekken op het achterlijf 

De larve is een bladmineerder.
De andere gitjes zijn dat niet. Het schijnt een bladmineerder te zijn van Navelkruid (Umbilicus rupestris) en Hemelsleutel (Sedum Telephium) 

Lengte: 8 - 10 mm.
Maart - mei.

Kruiskruidgitje Cheilosia bergenstammi). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Kruiskruidgitje Cheilosia bergenstammi). Genus: Gitjes (Cheilosia).    

Kruiskruidgitje (Cheilosia bergenstammi) Genus: Gitjes (Cheilosia) Kruiskruidgitje Cheilosia bergenstammi). Genus: Gitjes (Cheilosia).

De ogen van dit gitje zijn licht behaard. terwijl het gezicht onbehaard is.
Behaard met goudkleurige haartjes. Maar dat is alleen te zien op een sterk vergrote foto.
De larve is net als van een vetplantgitje een mineerder. Maar dan in de steel en wortels van jakobskruiskruid.
Wolwassen gitjes zijn vaak in de buurt van kruiskruid te vinden.
Lengte: 8 - 10 mm.
April - september.

Foto's 30-8-2008.

Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata). man Genus: Gitjes (Cheilosia).

Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata). man Genus: Gitjes (Cheilosia). 

Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata). man Genus: Gitjes (Cheilosia). Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Geelachtig behaard, ogen onbehaard. Poten voor een deel geel. Brede middenknobbel. Bij het vrouwtje is het schildje geel langs de achterrand.
Open bossen, meestal zandgrond.
Larve in paddenstoelen. Met name boleten.
Lengte 7 - 10 mm.
Mei - september

Foto's man 3-9-2012        Foto's vrouwtje 27-8-2012  Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata). vrouw Genus: Gitjes (Cheilosia).  Paddenstoelgitje (Cheilosia scutellata). vrouw Genus: Gitjes (Cheilosia).     

Kervelgitje (Cheilosia pagana). Genus: Gitjes (Cheilosia). Kervelgitje (Cheilosia pagana). Genus: Gitjes (Cheilosia). Kervelgitje (Cheilosia pagana). Genus: Gitjes (Cheilosia). Kervelgitje (Cheilosia pagana). Genus: Gitjes (Cheilosia).    Kervelgitje  (Cheilosia pagana) Kervelgitje (Cheilosia pagana). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Het vrouwtje is goed te herkennen aan het grote oranje derde antennelid. Het mannetje is minder makkelijk te herkennen. In het voorjaar is het mannetje vaak groter en lichter dan in de zomer. 
De larven leven in fluitekruid, engelwortel en gewone berenklauw. In door schimmels aangetaste rottende wortels.Lengte: 5 - 9 mm.
Maart - september. twee generaties

Heel Europa en Noord-Amerika.

Foto's 19-9-2009.

Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia). 

Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia). Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia).

Een klein, gedrongen gitje. De ogen zijn behaard, het gezicht is onbehaard. Borstels op de rand van het schildje. Hij is variabel wat betreft de kleur van beharing, poten en antennes. 
Hij is in veel verschillende biotopen te vinden.
De larven zitten in stelen van verschillende composieten. Bijvoorbeeld in duizendblad.
Lengte: 5 - 7 mm.
April - september. twee generaties.
  Palearctisch. Foto's 10-04-2012.

Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia). Kustgitje (Cheilosia vernalis). Genus: Gitjes (Cheilosia). Man. Foto's 18-9-2012.

Gewoon Weidegitje (Cheilosia albitarsis). Man. Genus: Gitjes (Cheilosia).

Gewoon Weidegitje. (Cheilosia albitarsis). Vrouw. Genus: Gitjes (Cheilosia).

Gewoon Weidegitje. (Cheilosia albitarsis). Vrouw. Genus: Gitjes (Cheilosia).

Gewoon Weidegitje (Cheilosia albitarsis). Man. Genus: Gitjes (Cheilosia). Gewoon Weidegitje. (Cheilosia albitarsis). Genus: Gitjes (Cheilosia). Niet in de tuin maar in de duinen ongeveer 4 km van mijn huis.

Zwart, ogen behaard (Niet goed te zien), gezicht onbehaard. Zwarte poten, maar de middelste leedjes van de tars van de voorpoot zijn licht. Vrouw met geelbruine vleugelwortels. Hij lijkt veel op het in Nederland zeldzame Zuidelijk Weidegitje (Cheilosia ranunculi). Verschillen volgens Menno Reemer: Bij C. ranunculi is laatste tarslid voorpoot verbreed. Mannetjes C. ranunculi hebben bovendien enigszins geelachtige vleugelwortels, zoals vrouwtjes C. albitarsis dit ook hebben. Een handig veldkenmerk om mogelijke C. ranunculi mannetjes te herkennen tussen C. albitarsis. Voor definitieve determinatie zul je altijd naar de voortarsen moeten kijken.
Vaak te vinden in de buurt van boterbloemen. De larven leven in de wortels van de scherpe boterbloem en kruipende boterbloem. (misschien ook in andere soorten boterbloem)
Lengte: 7 - 9 mm.
April - juli. Eťn generatie.
  Holarctisch. Foto's 6-05-2014.

Platbekjes, Pipiza.

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca). Genus: platbekjes (Pipiza).

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca). Genus: platbekjes (Pipiza).

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca) Genus: platbekjes (Pipiza)

Grofgestippeld Platbekje (Pipiza noctiluca). Genus: platbekjes (Pipiza).

Niet helemaal zeker. Hij lijkt veel op de Pipiza bimaculata. Een verschil is, dat de laatste twee leedjes van de voortarsen bij de P. noctiluca meestal geel zijn en bij P. Bimaculata zijn alle leedjes zwart.
Een zwart achterlijf met twee gele vlekken. Heldere vleugels met een vage vlek. Zoals de naam al aangeeft hebben ze een plat gezicht. 
Op het achterlijf een paar vlekken. (zoals op de foto's) Soms missen ze die vlekken.  Dit komt vooral bij mannetjes voor. Zoals bij het platbekje op de foto links onder.
Je ziet ze net zoals hier vaak op bladeren zitten. Maar ze bezoeken ook bloemen. Het zijn geen echte zwevers.
Lengte: 6 - 10 mm. April - september
De larven schijnen luizen te eten.  Foto's 28-9-2008, 29-4-2009, 1-5-2009, 14-5-2010.

Dit zou een Pipiza bimaculata. kunnen zijn, maar zeker is het niet. Dit zou een Pipiza bimaculata. kunnen zijn, maar zeker is het niet. Foto 14-5-2010.

  

 

Slanke platbek (Pipiza luteitarsis) Genus: platbekjes (Pipiza). Slanke platbek (Pipiza luteitarsis). Genus: platbekjes (Pipiza).

De laatste leden van de tars zijn geel. Bij de voorpoten is zelfs de hele tars geel. Het achterlijf is goudgeel behaard.
Volgens Menno Reemer:
Bij mannetjes van deze soort kan het achterlijf geheel zwart zijn of twee gele vlekken hebben. Bij geheel zwarte exemplaren zie je bij licht onder een bepaalde hoek dat er toch vlekken van grijze bestuiving te zien zijn op tergiet 2. Zwarte mannetjes zijn het gewoonst, maar gele vlekken komen toch regelmatig voor.
Han, Gerard, Menno, Jaap bedankt voor de hulp bij het determineren van dit lastige vliegje. Dit mannetje is niet zwart en daardoor lastig te determineren.
In Nederland is het een vrij zeldzame soort!!!
Lengte 7 - 9 mm. April - mei.  Europa. 

Foto 17-4-2011

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. vrouwtje

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. vrouwtje

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. man

Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia. vrouwtje Platbekje spec (Heringia spec) Genus: Heringia

Heringia is een familie, die bestaat uit kleine zwarte zweefvliegjes. Vrouwtjes van deze familie zijn bijna niet te determineren. Maar ook bij mannetjes valt het niet mee van een foto. Vroeger werd Neocnemodon als aparte soort gezien. Nu valt hij onder Heringia. In Nederland zijn er zeven soorten.
Hier kom je ook niet verder dan Heringia spec. 
Het gezicht is zonder middenknobbel en mondrand.
Je ziet de meeste soorten vaak op bladeren. 
Holoarctisch.
Lengte: 5 - 8 mm.  
De larven eten bladluizen. 
Foto's vrouwtje 3-7-2011.  Foto mannetje 29-7-2009.    

Langsprietplatbekken, Pipizella.

Pipizella-4-11-7-2010.jpg (71653 bytes)

Pipizella-7-11-7-2010.jpg (72446 bytes)

Man: 
Pipizella spec.

Pipizella spec.

Meestal lukt het niet om ze vanaf de foto te determineren. 
Hoogstwaarschijnlijk Gewone Langsprietplatbek (Pipizella viduata). Dat is de meest voorkomende van de zes soorten in Nederland. 

Het zijn kleine zwarte zweefvliegen met een vlak gezicht. Het derde antennelid is vrij lang. De poten zijn zwart met geel.
Hij is o.a. te vinden op schermbloemige. Hier op selderie.
Larven zijn o.a. gevonden bij wortelluizen op wilgenroosje.
Lengte 5 - 7 mm
Palearctisch.
Foto 11-7-2010, 14-5-2013.

 

Doflijfjes, Melanogaster, Chrysogaster.

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella). Genus: doflijfjes (Melanogaster).  Man

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella). Genus: doflijfjes (Melanogaster).  Man
Mannetje

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella). Genus: doflijfjes (Melanogaster).  Vrouw
Vrouwtje

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella). Genus: doflijfjes (Melanogaster).  Man

Weidedoflijfje (Melanogaster hirtella). Genus: doflijfjes (Melanogaster).

Zoals je ziet een klein zwart zweefvliegje.

Op deze foto zitten ze op een bloem van een schijnpapaver (Meconopsis cambrica). Het weidedoflijfje is eigenlijk (net zoals het weidegitje (Cheilosia albitarsis)) een echte boterbloemsoort. Het weidedoflijfje op de andere foto's zit op een dotterbloem.

Ze zijn vaak in weilanden in de buurt van water te vinden. De eieren worden bevestigd onder de bladeren van planten bij het water. De larven leven langs de waterkant. Ze overwinteren ook als larve. In mijn tuin moeten ze het doen met mijn vijver.

Lengte: 6 - 8 mm. April - juli.

Foto's 14-5-2008, 24-5-2011, 14-5-2013.

Donker Doflijfje (Chrysogaster solstitialis). Genus: doflijfjes (Chrysogaster).

Donker Doflijfje (Chrysogaster solstitialis). Genus: doflijfjes (Chrysogaster).

Donker Doflijfje (Chrysogaster solstitialis). Genus: doflijfjes (Chrysogaster).

Donker Doflijfje (Chrysogaster solstitialis). Genus: doflijfjes (Chrysogaster).

Een donkere zweefvlieg. Het lichaam is zwart en de vleugels zijn geheel verdonkerd. Borststuk mannetje is dof zwart, het borststuk van het vrouwtje heeft een  paarse glans. (Zie foto) Opvallend grote rode ogen. 
Donkere doflijfjes vind je vaak op schermbloemige. De vlieg op de foto vond ik in de bijkeuken. De eerste keer, dat ik er een bij onze tuin zag. Sinds 1990 heeft hij zich in het westen en noorden van Nederland uitgebreid.
De larven leven in water met rottend hout.

Lengte 6 - 8 mm.
April - september. Twee generaties.

Foto's 23-6-2013.


Krieltjes, Paragus.

Gewoon Krieltje (Paragus haemorrhous). Genus: krieltjes (Paragus).

Gewoon Krieltje (Paragus haemorrhous). Genus: krieltjes (Paragus).  

Gewoon Krieltje (Paragus haemorrhous). Genus: krieltjes (Paragus).

Niet in de tuin maar in de duinen ongeveer 4 km van mijn huis.

Gewoon Krieltje (Paragus haemorrhous). Genus: krieltjes (Paragus).

Niet helemaal zeker, omdat hij lijkt op het heel zeldzame Piemelkrieltje (Paragus tibialis). 
Een geheel zwart krieltje met een enkele keer wat rood op het middelste deel van het achterlijf. Het gezicht is geel met een zwarte middenstreep. Ook de poten zijn geel. De ogen zijn licht behaard.
De zweefvliegjes zie je vaak in het zonnetje tussen lage vegetatie in de buurt van braamstruwelen. 
De larven eten bladluizen.

Lengte 4 - 6 mm.
April - oktober.

Holarctisch en afrotropisch. (niet in Noord ScandinaviŽ.) Foto's 11-9-2012.

Bollenzwevers, Eumerus.

Knobbelbollenzweefvlieg (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Knobbelbollenzweefvlieg (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Knobbelbollenzweefvlieg (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Knobbelbollenzweefvlieg (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Knobbelbollenzweefvlieg (Eumerus funeralis = Eumerus tuberculatus). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Een kleine, compact gebouwde, zwarte zweefvlieg. De naam heeft hij gekregen door een knobbel aan het begin van de achterdij. (bij mannetjes duidelijker dan bij vrouwtjes.) Zie detailfoto. 
Lengte: 5 - 6 mm.
April - september. 
De larve eten bollen van uien, irissen, hyacinten en narcissen.
Palearctisch. Maar nu ook in Noord - en Zuid Amerika en AustraliŽ.

Foto's 9-6-2008.

Bollenzweefvlieg spec. (Eumerus spec). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Bollenzweefvlieg spec. (Eumerus spec). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Bollenzweefvlieg spec. (Eumerus spec). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Bollenzweefvlieg spec. (Eumerus spec). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Bollenzweefvlieg spec. (Eumerus spec). Genus: Bollenzwevers (Eumerus).

Enkele foto's van bollenzweefvliegen, die niet te determineren zijn. Naast Knobbelbollenzweefvlieg (Eumerus funeralis) is de gewone bollenzweefvlieg (Eumerus strigatus) een algemene zweefvlieg in Nederland. De andere soorten zijn zeldzamer.


Foto's 10-5-2009, 19-7-2012, 29-8-2012.

                                                                      Naar   zweefvliegen 2

Interessante informatie over zweefvliegen van Jeroen van Steenis op de website: Zweefvliegen de boom in
Andrť Schulten heeft een digitale gids gemaakt over zweefvliegen met behulp van de ingezonden foto's op "waarneming".
Een heel handige zweefvliegengids.

Als jouw dier, dat je zoekt, niet op deze bladzijden staat, kun je eens kijken bij  The Garden Safari van Hans Arentsen, Insecten fotosite van Albert de Wilde. Vlinders en vliegen vind je bij www.veluwe-insecten.nl van Han Endt.
Bij waarneming.nl. kun je, als je lid bent, aan elkaar informatie over dieren vragen en waarnemingen doorgeven.

Ik wil iedereen bedanken, die me bij waarneming.nl heeft geholpen met het determineren. Met name Gerard Pennards, Han Endt en Menno Reemer.

Boeken, die ik vaak gebruik:
Zweefvliegentabel door Aat Barendregt.
Zweefvliegen Veldgids door Menno Reemer. Een handig boekje, dat goed te gebruiken is samen met de Zweefvliegentabel. Ze zijn niet duur. Op internet zijn de uitgeverijen eenvoudig te vinden.
De Nederlandse zweefvliegen door Menno Reemer, Willem Renema, Wouter van Steenis, Theo Zeegers, Aat Barendregt, John T. Smit, Mark van Veen, Jeroen van Steenis, Laurens van der Leij. Voor iemand, die echt in zweefvliegen geÔnteresseerd is, een geweldig boek.

 

Engels / English                                                                                  

Nederlands!! Tuin, planten:    Dieren, insecten in de tuin: Nederlandse duinen, landen:
tuin
lente
lente'07
zomer
zomerbloeiers
onkruid
herfst
winter
kamerplanten
euphorbia
links      links2
 
dieren/links
spinnen
vlinders
libellen
vliegen
zweefvliegen/1
zweefvliegen/2
wespen/bijen
kevers
wantsen
Insecten overig
 
duinen
AustraliŽ
Engeland1      2 
Frankrijk1      2 
Ierland
ItaliŽ
Schotland
Spanje
TsjechiŽ
KroatiŽ
 
 

Subpagina vliegen:    Sluipvliegen (Tachinidae)  Vleesvliegen (Calliphoridae)  Echte Vliegen, Huisvliegen (Muscidae)   Wapenvliegen (Stratiomyidae)    Bloemvliegen (Anthomyiidae)  Kleine vliegen   Muggen  
Subpagina wespen, bijen, hommels: Sluipwespen Ichneumonidae,    Bladwespen Symphyta,    Hommels    Bijenhotel             
Subpagina Frankrijk: Insecten Frankrijk 

W3Counter Web Stats